Mergel, blokbrekers en versteend leven

In een onvoorstelbaar ver verleden, 65 tot 70 miljoen jaar geleden, was Zuid-Limburg een zee, waarin onder meer miljarden microscopisch kleine wezentjes met een kalkachtig skelet leefden.
Als die stierven zakten de kalkskeletjes naar de zeebodem en vormden zo een krijtlaag, op sommige plaatsen tot zestig meter dik. Toen de zee zich in een later stadium terugtrok kwam de krijtlaag aan de oppervlakte te liggen. Op de meeste plaatsen werd deze laag onder invloed van wind en water bedekt met zand en kleilagen.
In het Krijt zijn veel fossielen van schelpen en andere waterdieren te vinden. In de gangen die dieren in de bodem van de ‘Krijtzee’ groeven, vormden zich de vuursteen’knollen’, die de mensen in het stenen tijdperk gebruikten voor hun werktuigen.

Blokbrekers aan het werk

Dit krijt of kalksteen werd in Zuid-Limburg door blokbrekers gewonnen en als bouwsteen gebruikt. In de loop van de eeuwen ontstonden hierdoor uitgebreide, ondergrondse gangenstelsels.
De kalksteen wordt in de volksmond mergel genoemd.