6. Woekerplanten en giftige
kruiden met een duister verleden
Afwijkende groeiwijzen van planten leidden vaak tot bijgeloof.
Zulke planten moesten wel iets met heksen of duivels
te maken hebben, zo dacht men. 
Een
voorbeeld is de maretak.
Tot halverwege de 20ste eeuw was deze nog een algemene
verschijning in de Zuid-Limburgse hoogstamboomgaarden.
Deze halfparasitaire plant die op takken van bomen
groeit
en ’s winters groen blijft, dankt haar naam aan het oude woord mare, wat ‘heks’ of ‘duivels
gespuis’ betekent.
Tegenwoordig
zijn ze vooral te vinden op populieren.
Een ander voorbeeld is de zogeheten heksenbezem, die op loofbomen voorkomt.
Volgens het volksgeloof ontstond de wirwar van twijgen doordat heksen hun bezems
parkeerden op de boomtakken.
Onder
de wilde planten in het Limburgse heuvelland zijn ook
giftige gewassen te vinden. Sommige daarvan hebben
in het verleden een niet onbelangrijke en zelfs duistere
rol in het volksleven gespeeld.
|