15.
Volksgeneeskruiden
In
een tijd dat op het platteland en in afgelegen dorpen
en buurtschappen weinig of geen dokters waren, wisten
de mensen zelf de geneeskrachtige kruiden voor mens
en dier
in hun omgeving te vinden.
Veel van wat men toen over
geneeswijzen wist, was al eeuwenlang bekend en van
geslacht op geslacht
overgeleverd.
Bepaalde kruiden als smeerwortel, bijvoet, boerenwormkruid,
longkruid, danken hun naam aan de toepassing in de volks-
en volksdiergeneeskunde.
Vanaf de negentiende eeuw ging
men de planten chemisch onderzoeken en bleken sommige
daarvan goede leveranciers voor de productie van geneesmiddelen.

Vingerhoedskruid
Zo
levert vingerhoedskruid nog steeds digitalis, een geneesmiddel
ter bestrijding van hartkwalen.
Andere stoffen worden tegenwoordig
synthetisch bereid: zo is salicylzuur in aspirine identiek
met de werkzame stof uit moerasspirea en wilgen ( salicyl
komt van salix = wilg).
|
|
|